de Gelderlander (1 februari 2005)
Een stroom aan herinneringen
(Herinneringen aan de evacuatie in de Ooijpolder en het Land van Maas en Waal in 1995)
 
DIERENAMBULANCE (1)
Klinkt vreemd, maar voor mij was het absoluut een mooie tijd. Ik woonde buiten het evacuatiegebied en werkte bij de Stichting Dierenambulance Nijmegen. Net zoals politie en brandweer mochten wij het ontruimde gebied in. Mensen waren vaak overhaast vertrokken waardoor (huis)dieren onverzorgd achter bleven. Elke dag gingen we op pad om op verzoek van de eigenaren deze dieren te voeren. Je reed rond in een volkomen uitgestorven dorp, waar huizen kaal en leeg waren omdat mensen al hun dure spulletjes op zolder hadden gezet. Ganzen snaterden op anders zodrukke kruispunten. En dan die zee aan water. Het kerkhof bij Kekerdom was volledig ondergelopen, wat vreemd was om te zien.

We kregen veel meldingen van mensen die een goed tijdelijk opvangadres voor hun huisdier zochten. Alle pensions zaten in een mum van tijd vol, het was dus improviseren geblazen. Via oproepjes in de krant, op radio en tv kwam er veel hulp. Zelfs de dierenambulance uit Den Haag kwam helpen. Die saamhorigheid maakte het, voor mij, tot een prachttijd.

Saskia Janssen, Nijmegen

 
Wild zoekt een veilig heenkomen op de dijk. (Foto Theo Kock)
 

DIERENAMBULANCE (2)
In het begin denk je: 'Ha, er gaat eindelijk iets groots gebeuren'. Pas daarna besef je welke impact zo'n evacuatie op mensen heeft. Huilend geven ze hun huisdier aan je mee, omdat ze het niet mee kunnen nemen naar hun logeeradres. Of ze vertrouwen jou, toch een wildvreemd iemand, uit pure wanhoop hun huissleutel toe zodat poes alsnog voer krijgt. Op veertig adressen in de Ooijpolder en het Land van Maas en Waal verzorgden we achtergebleven dieren, vooral volièrevogels, kippen en vissen in een aquarium. We maakten ritlijsten, zodat de surveillerende politie precies kon controleren waar we heen moesten en wat we daar gingen doen. Soms braken we - op uitdrukkelijk verzoek van de inwoners - met een koevoet een schuurtje open om vogels te voeren. Achtergelaten cavia's of dwergkonijnen stonden met hun kooi meestal veilig op zolder. Eén keer waren we 'burgerlijk ongehoorzaam' en smokkelden we - tegen de beleidslijn in - iemand mee in onze ambulance. Zijn vrouw was bevallen tijdens de evacuatie en de kersverse vader wilde toch graag de babyspullen ophalen die nog thuis liggen.

Midden in de nacht haalden we een pony uit een weiland. En geiten. En herten. Het was veel eigenaren niet gelukt om alle dieren te vangen toen ze zo snel weg moesten, of ze wisten zo snel geen vervoer te regelen.
We draaien als dierenambulance sowieso het etmaal rond, maar die week was het topdrukte. We kregen zevenhonderd huisdieren onder onze hoede, van poezen, honden, parkieten, slangen en konijnen tot wat kleinvee zoals hangbuikzwijnen toe. We reden in die ene week liefst negenduizend kilometer door West Maas en Waal en de Ooijpolder en verwerkten 1500 telefoontjes. De hulp, de teamgeest, de samenwerking met andere instanties én de dankbaarheid van de mensen hebben mijn kijk op de wereld voor eens en altijd beïnvloed. En de 772 dieren die we in totaal hebben opgehaald, zijn allemaal weer veilig thuis gekomen. Op één haan na, die is op raadselachtige manier verdwenen.

Jacqueline Bouwhuizen, Nijmegen