Impuls (nr 107, januari 2005)
En wie was er nou de baas?
Dieren in de kou
 
tekst Leentje Volkers - fotografie DAN
 
Sommige dieren trekken in de winter naar het zuiden, andere houden een winterslaap. Maar, er zijn ook dieren die minder gelukkig zijn. De winter betekent in Nederland doorgaans slecht weer; veel nattigheid en een door de vrieskou verharde grond. Niet de meest ideale omstandigheden om zonder onderdak te overleven. Zeker niet voor dieren die dat niet gewend zijn.
 
"Zwerfdieren zijn alle dieren die, al dan niet tijdelijk, hun eigenaar kwijt zijn," vertelt Jacqueline Bouwhuisen, adjunct-directeur bij de Dierenambulance Nijmegen (DAN). "En daar hebben we heel veel mee te maken. Het is eigenlijk een grijs gebied. Vaak zijn de dieren half tam en half wild. Mensen geven ze bijvoorbeeld wel te eten, maar verder leven ze op de straat."

Jaarlijks lopen in Nederland honderden katten, honden en andere huisdieren weg, of raken verdwaald. Een groot deel van hen vindt de weg naar hun huis niet meer terug. Het kan natuurlijk alle baasjes overkomen dat hun huisdier 'kwijt raakt'. Weggelopen, geschrokken of meegenomen, het trieste gevolg is dat zowel het dier als het baasje ongelukkig is.
Om te voorkomen dat je eigen huisdier onvindbaar raakt, is registratie door middel van een chip de beste oplossing. Elke dierenarts kan deze chip, ter grootte van een rijstkorrel, aanbrengen onder de huid. De chip bevat een uniek registratienummer, waaraan de adresgegevens van de eigenaar zijn gekoppeld. Bouwhuisen: "Wij adviseren om huisdieren bij de dierenarts een chip in te laten brengen. Hiermee wordt de kans dat het huisdier weer terecht komt aanzienlijk groter." De dierenarts kan het chipnummer registreren bij één van de zeventien databanken voor registratie van huisdieren die Nederland rijk is. "Het is alleen wel belangrijk dat men bij verhuizing de registratie van het dier ook aanpast," voegt Bouwhuisen toe.

Dumpen
Dieren worden soms ook opzettelijk 'gedumpt'. Er is vaak niet nagedacht bij aanschaf, de verzorging vraagt meer dan verwacht, of men kan bijvoorbeeld niet van een nestje puppies of kittens af. Soms worden hele nesten zonder pardon op straat gezet. In een doos of vuilniszak.
De DAN krijgt ook veel zwerfkonijnen binnen. "Een konijn aanschaffen is gemakkelijk, ze zijn niet duur en vragen niet veel onderhoud. Maar vaak valt het in de praktijk tegen en kijkt niemand na een tijdje nog om naar het konijn." Met een beetje geluk zet men het konijn over het hek bij de kinderboerderij. Maar vaak is het anders: eenzame opsluiting is het gevolg, of het konijn wordt zonder pardon op straat gezet.

Verwilderde straatkatten vallen volgens de DAN onder het 'grijze gebied'. "Als het in de winter koud is, vinden veel mensen het zielig voor de katten en geven ze te eten. Ze ontfermen zich als het ware over hen. Daarmee adopteren zij de kat in feite. Als de winter voorbij is en men gaat op vakantie, komt het vaak niet meer uit en heeft men er geen zin meer in," legt Bouwhuisen uit. "Het is in principe natuurlijk lief bedoeld van deze mensen, maar niet goed. Je kunt een dier niet 'half' verzorgen. Breng het dier of meteen naar het asiel, of ontferm je erover. Maar niet voor even."

Verantwoordelijkheid
Zwerfdieren vallen volgens het Nieuw Burgerlijk Wetboek onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Die zijn verplicht een gevonden dier twee weken te bewaren en te verzorgen. Gemeenten hebben een wettelijke verplichting tot het ophalen, vervoeren, verzorgen en opvangen van gevonden huis- en zwerfdieren.
In Nijmegen ligt de taak voor het vervoer bij de DAN en voor de opvang bij Asiel de Mère. Inwoners van Nijmegen en omgeving kunnen bij de DAN vermiste en gevonden huis- en zwerfdieren telefonisch aanmelden. Gevonden zwerfkatten en honden worden ondergebracht bij het dierentehuis De Mère in Balgoij; overige dieren bij de DAN. De DAN houdt volgens een systeem gevonden en vermiste huisdieren bij. Dagelijks worden gegevens uitgewisseld met de landelijke organisatie Amivedi en met het asiel.
In Arnhem en Apeldoorn is de Dierenambulance onderdeel van de lokale Dierenbescherming. Ook zij werken samen met dierentehuizen en met Amivedi. Bovendien zijn alle drie de Dierenambulances lid van de Federatie Dierenambulances Nederland (FDN).

In de winter lopen dieren zowel gevaar te bevriezen als te verhongeren. Winterse omstandigheden betekenen bijvoorbeeld voor vogels een dubbele belasting; ze hebben extra energie nodig om hun lichaamstemperatuur op peil te houden, terwijl er juist veel minder voedsel beschikbaar is.
Met bijvoeren kan men vogelsoorten die naar de stad trekken helpen. Vooral na een koude nacht hebben de vogels snel voedsel nodig. Door de tuin vogelvriendelijk in te richten kan iedereen een steentje bijdragen om vogels de winter door te helpen. Met variatie in de beplanting, een vijver of drinkbak, een beschut hoekje van bijvoorbeeld stenen en een stukje wildernis is al snel een voedselrijk vogelparadijs gecreëerd.
Het is verstandig in het voorjaar te stoppen met bijvoeren. Voor de volwassen vogels is het niet echt meer nodig en het kan zelfs schadelijk zijn voor jonge vogels. De pimpelmees is een goed voorbeeld. Deze zal geen insecten gaan vangen als hij makkelijker de in een voedernetje aangeboden pinda's kan bemachtigen. Als een pimpelmees zijn jongen volstopt met pinda' s, gaan ze dood. Pinda's verteren namelijk niet in de maag van jonge meesjes. Door de volle maag bedelen ze niet meer om voedsel en gaan uiteindelijk dood.

Voor meer informatie over de Dierenambulance:
De Regio Dierenambulance Apeldoorn, Deventer en Zutphen is 24 uur per dag bereikbaar op nummer: 0900-9991999 (EUR 0,45/minuut). De Dierenambulance Arnhem via het nummer: 026-3649111 of de website: www.arnhem.dierenbescherming.nl en Dierenambulance Nijmegen is bereikbaar op het alarmnummer: 024-3550222 en via de website www.dierenambulancenijmegen.nl.